<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>HMB Accountants</title>
	<atom:link href="https://www.hmbaccountants.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.hmbaccountants.nl</link>
	<description>UwBedrijf focust zich op diensten in de elektronica.</description>
	<lastBuildDate>Thu, 05 Nov 2015 09:18:37 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>
	<item>
		<title>Hypotheeknormen 2016 bekend</title>
		<link>https://www.hmbaccountants.nl/hypotheeknormen-2016-bekend/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[hmbaccountants]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 05 Nov 2015 09:18:37 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://hmbaccountants.triplehosting.nl/?p=749</guid>

					<description><![CDATA[De ministers van Wonen en Rijksdienst en van Financiën hebben de hypotheeknormen voor 2016 bekend gemaakt. Ten opzichte van de hypotheeknormen van 2015 verandert er volgend jaar weinig. Wel kunnen tweeverdieners meer geld lenen voor de aankoop van een huis. In 2016 telt het tweede inkomen bij het bepalen van het financieringslastpercentage voor 50% mee. In 2015 was dit maar 33%.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>De ministers van Wonen en Rijksdienst en van Financiën hebben de hypotheeknormen voor 2016 bekend gemaakt. Ten opzichte van de hypotheeknormen van 2015 verandert er volgend jaar weinig. Wel kunnen tweeverdieners meer geld lenen voor de aankoop van een huis. In 2016 telt het tweede inkomen bij het bepalen van het financieringslastpercentage voor 50% mee. In 2015 was dit maar 33%. Door het tweede inkomen maar gedeeltelijk mee te laten tellen valt het financieringslastpercentage lager uit. Het financieringslastpercentage is het deel van het inkomen dat besteed kan worden aan de financiering van de woning. Voor de bepaling van de leencapaciteit telt het tweede inkomen wel volledig mee. Het lagere financieringslastpercentage bij tweeverdieners wordt over het gehele gezamenlijke inkomen meegenomen voor de bepaling van de maximale leencapaciteit. Door de verhoging van het meetelpercentage komen de maximale hypotheekbedragen voor eenverdieners en voor tweeverdieners dichter bij elkaar te liggen.</p>
<p>Voor investeringen in energiebesparende maatregelen of bij de financiering van energiezuinige woningen (A++) mag het maximale leenbedrag worden verhoogd met € 9.000. Voor zogenaamde nul-op-de-meterwoningen mag het maximale leenbedrag worden verhoogd met € 27.000. Banken mogen afwijken van de vastgestelde hypotheeknormen, bijvoorbeeld bij mensen die aan het begin van hun carrière staan en een inkomensperspectief hebben en bij ondernemers.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Er komt een nieuw stelsel g-rekeningen</title>
		<link>https://www.hmbaccountants.nl/er-komt-een-nieuw-stelsel-g-rekeningen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[hmbaccountants]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 05 Nov 2015 09:18:03 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://hmbaccountants.triplehosting.nl/?p=747</guid>

					<description><![CDATA[Aannemers van werk en inleners van personeel zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van premies en loon- en omzetbelasting door onderaannemers en uitleners van personeel. Ter beperking van hun aansprakelijkheid kunnen aannemers en inleners de belasting- en premiecomponent van de facturen, die zij in dit verband ontvangen, storten op een geblokkeerde (g-)rekening van de onderaannemer of de uitlener.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Aannemers van werk en inleners van personeel zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van premies en loon- en omzetbelasting door onderaannemers en uitleners van personeel. Ter beperking van hun aansprakelijkheid kunnen aannemers en inleners de belasting- en premiecomponent van de facturen, die zij in dit verband ontvangen, storten op een geblokkeerde (g-)rekening van de onderaannemer of de uitlener. Op deze g-rekeningen heeft de Belastingdienst een eerste pandrecht. De rekeninghouder kan het saldo van de g-rekening alleen maar besteden aan de betaling van loon- en omzetbelasting en sociale verzekeringspremies. Omdat de systematiek van g-rekeningen verouderd was, zou er een depostelsel komen. De invoering van het depotstelsel is herhaaldelijk uitgesteld. Uiteindelijk is besloten dat het depotstelsel er niet komt omdat het teveel risico’s zou inhouden voor de Belastingdienst.</p>
<p>In dat kader vervalt per 1 januari 2016 de mogelijkheid om door rechtstreekse storting bij de Belastingdienst vrijwaring van inleners- of ketenaansprakelijkheid te verkrijgen. Op die datum vervallen de zogenaamde WKA-depots. Daarna levert alleen storting van een deel van het factuurbedrag op de geblokkeerde rekening van de uitlener of de onderaannemer nog vrijwaring op. Als alternatief voor het depotstelsel is gekozen voor een gemoderniseerde versie van de g-rekening. Dit stelsel van g-rekeningen (de g-rekening 1.5) moet op 1 januari 2016 gereed zijn. Bedragen die op 31 december 2015 op de WKA-depots staan, worden afgehandeld overeenkomstig de voor deze depots op 31 december 2015 geldende bepalingen in de Leidraad Invordering 2008.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wetsvoorstel aanpassing regime fiscale eenheid</title>
		<link>https://www.hmbaccountants.nl/wetsvoorstel-aanpassing-regime-fiscale-eenheid/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[hmbaccountants]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 05 Nov 2015 09:17:30 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://hmbaccountants.triplehosting.nl/?p=745</guid>

					<description><![CDATA[Het Hof van Justitie EU heeft in 2014 in drie procedures gezegd dat het regime van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting in strijd is met het Europese recht. Volgens het Hof van Justitie EU moet een fiscale eenheid mogelijk zijn tussen een in Nederland gevestigde moeder- en kleindochtermaatschappij als de dochtermaatschappij niet in Nederland is gevestigd. Ook moet een fiscale eenheid gevormd kunnen worden tussen in Nederland gevestigde zustermaatschappijen met een in het buitenland gevestigde moedermaatschappij. Dat is opmerkelijk omdat in zuiver binnenlandse verhoudingen een fiscale eenheid in deze situaties niet mogelijk is.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Het Hof van Justitie EU heeft in 2014 in drie procedures gezegd dat het regime van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting in strijd is met het Europese recht. Volgens het Hof van Justitie EU moet een fiscale eenheid mogelijk zijn tussen een in Nederland gevestigde moeder- en kleindochtermaatschappij als de dochtermaatschappij niet in Nederland is gevestigd. Ook moet een fiscale eenheid gevormd kunnen worden tussen in Nederland gevestigde zustermaatschappijen met een in het buitenland gevestigde moedermaatschappij. Dat is opmerkelijk omdat in zuiver binnenlandse verhoudingen een fiscale eenheid in deze situaties niet mogelijk is.</p>
<p>De arresten van het Hof van Justitie EU vormen de aanleiding voor een wetsvoorstel om het regime van de fiscale eenheid aan te passen. Het wetsvoorstel probeert zo veel mogelijk aan te sluiten bij de voorwaarden en de uitwerking van het bestaande regime van de fiscale eenheid. De regeling voor de fiscale eenheid wordt uitgebreid voor beide door het Hof van Justitie EU beoordeelde situaties. De buitenlandse dochtermaatschappij wordt niet opgenomen in de fiscale eenheid tussen een in Nederland gevestigde moeder- en kleindochtermaatschappij. De uitbreiding geldt niet voor binnenlandse situaties. In die gevallen blijft de eis gelden dat de fiscale eenheid vennootschappen omvat die een ononderbroken verticale keten vormen. Dat betekent dat een fiscale eenheid tussen een in Nederland gevestigde moeder- en kleindochtermaatschappij niet mogelijk is zonder ook de in Nederland gevestigde dochtermaatschappij daarin op te nemen. Ook een fiscale eenheid tussen zustermaatschappijen is niet mogelijk wanneer ook de moedermaatschappij in Nederland is gevestigd. Als voorwaarde bij de uitbreiding van het regime van de fiscale eenheid geldt dat de buitenlandse tussen- of topmaatschappij binnen de EU of de EER moet zijn gevestigd.</p>
<p>Bij een fiscale eenheid tussen zustermaatschappijen gaat een van de zustermaatschappijen als moedermaatschappij functioneren. De werkzaamheden en het vermogen van de andere zustermaatschappij worden toegerekend aan de als moedermaatschappij aangewezen zustermaatschappij.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
